Dans

De vrouw in haar mantelpak is boos dat er geen bakkeljauw is. “We zouden te weinig verkopen vanwege de vakantie”, zegt de man van de toko. Het is stil in het metrostation onder het Weesperplein, op deze hete dag in augustus. De tourniquets van de perrons piepen maar zelden. Des te opvallender het paar dat in een inham van de hal, voor de glazen pui van de rijwielservice, een dans is begonnen. Grijze haren, zwarte kleding. Hij lomp met zijn ossenlijf. Zij ook niet soepel, maar wel de bouw van een danseres. Ze doen een stille tango in tl-licht. Misschien dat ze in gedachten de accordeon en violen van Piazzolla horen. Zoals gezegd: soepel oogt het niet, maar ze leggen alles in hun finale. Daarna blaast hij leunend op haar schouders uit – zijn hemd nat van het zweet – en gaan ze samen op de foto. Uit een rugzak wordt een fles water opgediept. Zij drinkt eerst en gooit dan een slok over hem heen. De volgende ontwijkend, zet hij het op een rennen. Voor zover het rennen is. Zij houdt met gestrekte arm de fles vast die hem achtervolgt richting uitgang. Zodra ze de trap nemen, verdwijnen ze uit het zicht.

Nat

De brug bij de Hortus is gesloten. Op zich niets bijzonders, maar je ziet dat het nu anders dan anders is. Wachtenden met elkaar in gesprek. Nieuwkomers die meteen bijgepraat worden. Een demonstratie van het begrip lopend vuurtje, in een sfeer van lome opwinding. Dat lome zal door de temperatuur komen: bijna zonsondergang, maar toch een graad of dertig. Mensen glanzend van het zweet. Natte plekken onder oksels, op ruggen. Dit is thuiskomen voor de tropische bomen in de Hortus. Terug naar hun wortels, zou je bijna zeggen. De hitte is ook de reden dat de slagbomen horizontaal liggen. De brug is uitgezet en kan open noch dicht. Het dek zit knel tussen de kade en steekt uit boven het wegdek. De brugwachter is met een brandslang in de weer en laat water in een hoge boog op het asfalt kletteren. Langzaam loopt het richting sandalen en slippers. De blijdschap van kinderen in een zwembad. Vakantiepret. Of iets dat daaraan herinnert tenminste. Als de brug een kwartier later nog geen krimp geeft, besluit de brugwachter dat we toch over mogen. Een aantal begint over de bomen te klimmen, anderen kruipen er onderdoor. Fietsen worden met vereende krachten opgetild. Iemand neemt zijn burgerzin erg serieus en wil per se twee vrouwen helpen die, leunend op hun omafiets, druk staan te kletsen zoals vrouwen dat kunnen. Ze dragen zomerjurkjes. Hij heeft duidelijk wat gedronken. “Laat ons maar”, zegt een van hen. “Ze heeft last van haar knieën.” En als hij daar geen genoegen mee neemt: “Laat ons man, we staan lekker hier.”