Simon

’s Ochtends in het Vondelpark wijst weinig op de oranje vloedgolf die de stad zal gaan overspoelen. De wedstrijd is even ver weg als voor iemand op Bali of de Galapagos. Lavendel, turkoois, goudgeel, olijfgroen: jurkjes in alle kleuren komen voorbij, behalve die ene. Half slapend onder een boom hoor ik iemand España, España roepen. Geen droom, maar een kogelronde man die rondrijdt op een wrak van een fiets. Later wat tumult rond de bank waar zwervers en dronkenmannen samenscholen. Een zet een karatetrap á la Van Gaal in, maar mist zijn tegenstander volledig en landt met zijn rug in het grind. Vervolgens is het weer just another day in the park tot een paar uur voor de wedstrijd. ’s Nachts, als het oranje langzaam is weggeëbd, rijd ik na een memorabele overwinning weer door het park naar huis en passeer twee laveloze, benevelde types, die aan weerskanten van het pad zitten, schuine streep liggen. De een roept met Spaanse tongval Madríd, Madríd, Madríd! De ander gaat er tegenin met: Dirk van den Broek, Dirk van den Broek! En net als de een weer Madríd aanheft: Simon de Wit!

Fin

Westerpark, avondzon. Op de ellebogen in het gras met uitzicht op de gasfabriek, het spoor naar Sloterdijk in de rug. Kinderen rennen in het schitterende water. Een boom van een kerel met blonde krullen steekt ver boven hen uit en waadt, bleke benen in sandalen, door het pierebad. Net als ik hem wil laten voor wat hij is, zet hij – in slow motion – een balletpas in. Armen in vleugelslag. Eén been hoog optrekkend, het andere ver achter zich. Dan het besef: hij fladdert iemand tegemoet. Extase op zijn gezicht. Rechts in beeld verschijnt het object van zijn paringsdans. Blootsvoets in een bloemenjurk. Ook haar ledematen zijn wimpels in een lentebries. Halverwege het veld springen ze in elkaars armen en draaien als zweefmolens rond. Het lijkt wel een film, denk ik, gevolgd door: dat is de bedoeling! Ze spelen de romantische oerscène die we allemaal 183 keer hebben gezien. Ik ook. Al herinner ik me op dit moment de voorbeelden niet. Ja, The Naked Gun met Leslie Nielsen, maar dat is een parodie. (Nielsen bespringt op het strand eerst de verkeerde vrouw en slaat daarna zijn arm, mislukte omhelzing, in het gezicht van liefje Priscilla Presley.) Ik kijk of anderen de voorstelling ook zien, maar het koppel naast me ligt net te lekker vozen. De Surinaamse daar kauwt op een stuk kip. Alsof het cut heeft geklonken is de scène in een klap over. Zij pakt haar gympen, hij doet zijn rugzak om en ze verdwijnen aan de horizon. Tegen het doek van de hemel in geschilderde letters: Fin.