Suzy

“Zoals ze me betastte, zó professioneel…” Van de gespreksflarden die langswaaien, blijft deze hangen – zoals een dwarrelend blad dat kan, aan een jas of een trui. De flarden komen van rechts, waar twee dames opgaan in hun worteltaart en hun gesprek. Het praten en gebaren, het schikken en opprikken van de taart: het gaat allemaal met de achteloosheid van jarenlange ervaring. Ze zijn dan ook al ruim voorbij de vijftig. En ze zijn leraressen Spaans, wordt me later duidelijk. De een draagt een roze zonnebril, de ander een blauwe. Ja, waarom niet? Zon overspoelt het terras van ’t Sluisje in Noord en de roze bril voert het hoogste woord over haar ervaringen op de Madrileense luchthaven. “Professioneel en menselijk tegelijk, was ze. Ik was zwaar onder de indruk. Zoals ze me betastte, overal hè. Zonder dat ik er naar van werd, zonder seksuele lading, zonder…” De blauwe bril kauwt op haar taart en knikt uitnodigend. De roze begint over Suzy, die laatst ook werd gefouilleerd en zich vervolgens helemaal uit moest kleden. “Suzy is heel wantrouwend. Dan roep je het af over jezelf.” Roze geeft Spaans, maar spreekt zalvend als een yogalerares. Ze is zen en heeft zelfs zonder haar bril een positieve kijk op dingen. “Weet je wat?”, vervolgt ze, “Ze keek me aan met van die donkere ogen en liet me gewoon doorlopen!” Blauw slikt een hap weg en zegt: “Ook wel weer jammer ergens.”

Bui

Een stel komt in elkaars armen uit The Movies. Zoals Bob en Susan op de hoes van The Freewheelin’ Bob Dylan. Boven de ingang flikkert een lijst van lampen tegen een donkere lucht, die een tropische bui aankondigt. Druppels, dan een stortbad. Hij steekt een paraplu op en ze lopen de Haarlemmerdijk over, omvat door de regen die hun wereld terugbrengt tot een cilinder. Droog houden ze het desondanks niet. Hun schouders worden nat. Water springt op tegen haar enkels. Als ze niet schuilen zijn ze doorweekt voor de volgende hoek. Harlem is de eerste haven die ze tegenkomen. Ze zijn niet de enigen die hun toevlucht tot het café hebben genomen. Gasten onder de luifel, op de drempel, rond de tafels en de toog. De sfeer is opgetogen. Dat ze het goed hebben binnen, wordt benadrukt door wie buiten afziet. Een riksja die tegen de storm in fiets, gevolgd door een wapperende poncho. Toeval of niet: ze worden ontvangen met I’ve got sunshine on a cloudy day en het lijkt alsof de plek achterin voor hen vrijgehouden is. Wijn en bier komen op tafel, het nat wordt afgeschud. Ze haalt een hand door haar haren en zet het glas aan haar lippen, die net als haar decolleté en haar armen glanzen. Hij kijkt haar na als ze naar het toilet gaat. My girl komt uit de speakers.

Trouw

Zo’n uitspraak waarbij je een tekening voor je ziet van Peter van Straaten. Bij café Welling afkomstig van een man, in antwoord op de verwijten van zijn echtgenote: “Ik heb gewoon tijd voor mezelf nodig.” Een vermoeide blik, gezet met enkele pennenstreken. Zij: “Dat begrijp ik, dat heb ik ook, maar niet als we samen aan tafel zitten.” Hij staart in de verte. Zij eerst naar hem en dan in haar whisky. Een grijzend echtpaar dat op elkaar is uitgekeken. “Accepteer dat ik soms niet aan het gesprek deelneem. Dat is toch niet zo erg?” Zij: “Wel als je met je rug naar me toe gaat zitten.” Ze laat een stilte vallen. “Om andere vrouwen te bewonderen.” Hij, zuchtend: “Dat ik niet mag genieten van wat voorbijkomt, daar heb ik moeite mee. Heel veel moeite.” Door het gordijn voor de deur komt een donkere vrouw in een korte zwarte jurk binnen. De man zit met zijn rug naar haar toe, maar ik denk dat hij dit bedoelt met genieten. Terwijl zijn vrouw zich ditmaal blijvend in stilte hult, bestelt hij de rekening en vraagt: “Zijn we wat dichter tot elkaar gekomen?”

Glas

Een koude, natte decemberdag. Op de brug van de Korte naar de Lange Niezel staat iemand doorweekt te worden. Sluik haar, mager postuur. Zijn blik is leeg, net als zijn spijkerbroek. Dat wil zeggen: geen vlees op de botten. Weggeteerd door drugs en alcohol. De laatste junk op wat eens, voor de schoonveegacties op de Wallen, de junkenbrug werd genoemd. In café Emmelot is het van de weeromstuit een bejaardensoos: dampend warm, beslagen ramen. Aan de toog een paar stamgasten. Ze krijgen drank van Balthazar en muziek van Hazes. In een hoek van de kroeg is een stel mannen aan het dobbelen. Het werpen gaat stroef door het Perzische kleed op tafel. De stenen rollen tussen bierviltjes en jeneverglazen. Wie verliest moet de drank betalen die ad fundum achterover wordt geslagen. Als na een rondje de geleegde glazen op tafel worden gezet, komt de junk van de brug wankel binnen rennen. Hij grist een glas van tafel, stopt het in zijn spijkerjack en roept: “Een warm bad is als een tweede moeder!” Voordat iemand kan reageren, is hij weer buiten, en als de dobbelaars door de beslagen ramen kijken, staat hij op de brug alsof er niets is gebeurd. Balthazar haalt een vaatdoek over de spoeltafel.

Bloed

De straatverlichting brandt nog als ik een espresso bestel bij Westers. Elf uur in de ochtend. De ambtenaar die over het licht gaat, heeft zich verslapen. Of voorzag dat het een donkere dag zou worden. Regen spat uiteen op de tafels op de stoep. Ook de man die stug bleef doorroken, komt nu binnen. “Je snor is zeiknat”, zegt Alma, terwijl ze mij van espresso voorziet. Ze draagt een zwart truitje met v-hals. Voor én achter. Terecht. Ook haar rug mag worden gezien. Willem haalt een hand door de marmot onder zijn neus, schudt de druppels af en bestelt een bloody mary. Radio 1 meldt de liquidatie van een Surinamer in Buitenveldert. Het slachtoffer, een bekende van de politie, is volgens de laatste mode omgebracht met een machinegeweer. Een getuige vergelijkt het geluid met het omkiepen van een bak grind. Daarna komt de buurman van het slachtoffer aan het woord: “Ik ga naar beneden en denk ‘krijg nou wat!’ Zie ik hem op straat liggen, met acht gaten in zijn lichaam.” Als de weersverwachting begint, zet Alma het geluid uit. Dat verhaal kennen we. Willem zegt dat hij Buitenveldert ondanks de vele afrekeningen veiliger vindt dan deze buurt, want “daar molt het gajes elkaar en niet de juwelier.” Met beslagen bril tast hij naar zijn bloody mary en slaat deze in een teug achterover.