Jurk

Een kazerneterrein midden in de Oeverlanden. Zo’n plek die je een volgende keer niet terugvindt, waarna je gaat twijfelen of je er wel geweest bent. Ik kom er door de muziek te volgen. Afrikaanse bassen dringen diep in het natuurgebied door. Het terrein ligt tussen de berken verscholen en is door onkruid overwoekerd. Een roestige Cadillac wordt gebruikt als kippenhok. Her en der liggen wrakken van boten. Een tanige man knapt in blote bast een sloep op. Lak en huid craquelé. De muziek stopt even, maar klinkt daarna weer, komend vanachter de kazerne. Ik loop om het gebouw heen en zie een groep Afrikaanse vrouwen dansen in felgekleurde jurken. Rond campingtafels zitten meer vrouwen, mannen en kinderen. Handenklappend. Een man in een hemelsblauw pak en witleren schoenen komt naar me toe met in zijn uitgestoken hand een blik Alfabier. Ik neem het aan na enig aandringen. Ze komen uit Ghana en wonen hier. Illegaal, vermoedelijk. Ik vind het niet gepast als passant op een feestje daarnaar te informeren. Alleen de vrijgezelle vrouwen dansen, zegt hij. Naar de gunsten van een man, wordt uit het vervolg van zijn verhaal duidelijk. Ik krijg nog een blik Alfa, een bord eten. Daarna nog een blik. Het is zwoel en schemerig. Een van de dansende vrouwen wenkt me.

Rust

Rust. Het staat overal op bomen en prullenbakken geplakte vellen geschreven. Pijl ernaast gekrast: die kant op. Die kant is de kant van de Bosbaan, die in nevelen is gehuld. Wat mist lijkt, is rook van een dansfeest dat op het grasveld langs de roeibaan wordt gehouden. Vanzelfsprekend weinig rust hier. Harde beats dreunen tot in mijn stuit door. Het feestgedruis gaat schuil achter schermen die rond het terrein zijn opgetrokken. Wat er bovenuit komt is gejoel en armen van springende feestgangers. Iedereen die naar binnen wilde, is blijkbaar binnen. Nul wachtenden voor de kassa, die bemand wordt door een brede gast met een getrimde baard, onderuitgezakt in een plastic tuinstoel. Het lange grindpad naar de ingang is leeg, los van een zwarte Cadillac met zacht dak en zes deuren. Motorkap onder het stof en dode vliegen. Op het kierende raam aan de bestuurderskant prijkt een ontheffing voor 22 RR GS. Na een kwartier niets stopt een hip stel op een vouwfiets ter hoogte van de limo. De jongen stapt van de bagagedrager en loopt de resterende vijftig meter naar de ingang. De baard kruipt uit zijn tuinstoel en ze voeren een gesprek. Ik zie hun lippen bewegen. Vervolgens gaat de jongen naar zijn vriendin om het besprokene met haar door te nemen. Zij duwt hem weer richting de baard, met wie hij opnieuw iets bespreekt. Ditmaal verhitter. Ik kijk even weg naar haar en zie hem daarna op de grond liggen. Hand aan de kin, pijnlijke blik. Terwijl hij overeind krabbelt, trapt de baard grind in zijn richting. De jongen snelwandelt naar zijn vriendin, die al wegrijdt, en probeert achterop te springen.