Glas

Een koude, natte decemberdag. Op de brug van de Korte naar de Lange Niezel staat iemand doorweekt te worden. Sluik haar, mager postuur. Zijn blik is leeg, net als zijn spijkerbroek. Dat wil zeggen: geen vlees op de botten. Weggeteerd door drugs en alcohol. De laatste junk op wat eens, voor de schoonveegacties op de Wallen, de junkenbrug werd genoemd. In café Emmelot is het van de weeromstuit een bejaardensoos: dampend warm, beslagen ramen. Aan de toog een paar stamgasten. Ze krijgen drank van Balthazar en muziek van Hazes. In een hoek van de kroeg is een stel mannen aan het dobbelen. Het werpen gaat stroef door het Perzische kleed op tafel. De stenen rollen tussen bierviltjes en jeneverglazen. Wie verliest moet de drank betalen die ad fundum achterover wordt geslagen. Als na een rondje de geleegde glazen op tafel worden gezet, komt de junk van de brug wankel binnen rennen. Hij grist een glas van tafel, stopt het in zijn spijkerjack en roept: “Een warm bad is als een tweede moeder!” Voordat iemand kan reageren, is hij weer buiten, en als de dobbelaars door de beslagen ramen kijken, staat hij op de brug alsof er niets is gebeurd. Balthazar haalt een vaatdoek over de spoeltafel.

Sneeuw

Het heeft gesneeuwd. Een weersomstandigheid die bij onze spoorwegen direct voor paniek zorgt. Blijf niet wachten op een trein, luidt het advies. Ik doe het toch, tegen beter weten en de woorden van de omroeper in. Als er eindelijk een trein komt, is deze stampvol. Mensen met tassen, koffers, honden. Een oude, hijgerige herder pist de gang onder. Hoge nood, zegt zijn baas terwijl ik hem om te dweilen het economiekatern van de krant geef. Mensen zoeken elkaar op in dit soort omstandigheden. Gedeelde smart is halve. Faye (24, student, brunette) heeft geen idee hoelang ze al onderweg is. Ze mist haar vriend en frunnikt nerveus aan haar leren handschoen. Duke (33, gospelzanger, Kaapverdië) gelooft dat Craig (51, zakenman, gleufhoed) zijn vlucht nog kan halen, als hij nu begint met bidden. In de gangpaden circuleren geruchten over reizigers van wie niets meer is vernomen: gestrand in Oss, of Zutphen. We rijden stapvoets door een besneeuwd landschap, langs Noorse fjorden, Russische toendra’s, een rangeerterrein in Alaska. De man die lang verdiept was in zijn Playboy (60, aftershave van muffe jassen, zweet en alcohol) laat een fles wodka rondgaan. Er wordt gelachen, gehuild, gevreeën  en gedronken en na drie en halve week, als niemand er meer op rekent, bereiken we eindelijk onze bestemming. Op het stationsplein steek ik juichend mijn armen in de lucht. Zegt de ene Jordanees tegen de ander: “Wat loop je nou te rennen, man?”  “Laat me. Als ik zachies loop, ga ik glijen.”

Open

Ineens is het er. Een geluid dat er vannacht nog niet was. Ik heb mijn handgemaakte, zo goed als nieuwe fiets in het rek gezet en ben gaan slapen. Nu rijd ik weg en hoor tik tik tik. Zacht, maar toch. Met tussenpozen van een halve seconde. Ik probeer de oorzaak te vinden, maar vind niets. Geratel in de buurt van de kettingkast. Nader tot een diagnose kom ik niet. De vergankelijkheid der dingen. Je kunt er un peu triste van worden, maar op een dag als deze niet. De wind herinnert nog aan de winter, maar de zon brengt de lente. Beloftes hangen in de lucht. Ik ben niet de enige die dit ziet. Als ik op zoek ga naar een terras zit alles stampvol. Eén zonnestraal en iedereen rent naar buiten. Toch vind ik even buiten het centrum een plek waar bijna niemand is. Een restaurant in een oude spoorbrug aan het IJ, met een hoog terras op wat men het bruggenhoofd noemt. Ik vraag om wijn en iets te eten alsjeblieft. Buiten de kaart is er pasta putanesca. Spaghetti van de hoeren, voegt de serveerster me, volgens de laatste horeca-etiquette op haar hurken, toe. De zoute ansjovis. Het zuur van de wijn. Pepers die smeulen in de mond. Ik bestel nog een glas en bereik de perfecte roes. De zon schijnt, het water schittert, de tijd verdwijnt. Op weg naar huis hangt over de stad een gouden gloed die alles en iedereen omfloerst. Ik zou me kunnen afvragen of ik gelukkig ben, maar ontwijk in plaats daarvan een kinderwagen. Alles valt op zijn plaats en zelfs het ratelen lijkt in de drukte op de grachten verdwenen. Dan hoor ik het weer.