Simon

’s Ochtends in het Vondelpark wijst weinig op de oranje vloedgolf die de stad zal gaan overspoelen. De wedstrijd is even ver weg als voor iemand op Bali of de Galapagos. Lavendel, turkoois, goudgeel, olijfgroen: jurkjes in alle kleuren komen voorbij, behalve die ene. Half slapend onder een boom hoor ik iemand España, España roepen. Geen droom, maar een kogelronde man die rondrijdt op een wrak van een fiets. Later wat tumult rond de bank waar zwervers en dronkenmannen samenscholen. Een zet een karatetrap á la Van Gaal in, maar mist zijn tegenstander volledig en landt met zijn rug in het grind. Vervolgens is het weer just another day in the park tot een paar uur voor de wedstrijd. ’s Nachts, als het oranje langzaam is weggeëbd, rijd ik na een memorabele overwinning weer door het park naar huis en passeer twee laveloze, benevelde types, die aan weerskanten van het pad zitten, schuine streep liggen. De een roept met Spaanse tongval Madríd, Madríd, Madríd! De ander gaat er tegenin met: Dirk van den Broek, Dirk van den Broek! En net als de een weer Madríd aanheft: Simon de Wit!

Geef een reactie