Mutu

Bij de torso van Multatuli staat een vrouw gebogen over haar huurfiets. Man keurend ernaast. Toeristen, van verre aan hun Yellow bike te herkennen. Handig omdat je ze van tevoren kunt ontwijken, maar voor hen is het een brandmerk. Een beetje Amsterdammer heeft de pest aan hondenpoep, duiven en toeristen. Daarom probeer ik af en toe vriendelijk te wezen. Als ze ziet dat ik kijk, maakt ze een handgebaar. Geen perfecte wenk, maar het is duidelijk dat ze wat wil. Ik stap erop af en geef een hand, die zij beduusd beetneemt. Het jonge koppel is Roemeens, aan zijn t-shirt te zien. Het geel van de nationale ploeg: Mutu, nummer 10. Zij een strak hemdje en schouders die vervellen. Huidschilfers worden meegenomen door de straffe wind. Zelfs het bronzen haar van Multatuli waait, alleen in tegengestelde richting. Ze wijst naar haar achterwiel en lacht haar tongpiercing bloot, hij lijkt wat in de gracht te zoeken. Ik ben beducht op een lekke band of ander mankement, maar vind niets. Dan dringt tot me door wat ze bij herhaling in gebroken Engels probeert te zeggen. Licht? Ik knik richting voorwiel. Alle Roemeense clubs heten Dinamo, maar blijkbaar hebben ze nog nooit zo’n ding gezien. Ik druk mijn duim op het palletje en gehoorzaam springt de spoel tegen het wiel, dat ik optil en een zwiep geef. In haar ogen voltrekt zich een wonder en zelfs hij lijkt nu onder de indruk. Alsof het niets is activeer ik ook zijn verlichting. Wat volgt is een uitgebreid handen schudden en een golf dankbetuigingen, waarin ik alleen multumesc herken. De rest klinkt ook vriendelijk. Als er geen eind aan dreigt te komen, maak ik duidelijk dat het laat begint te worden. Ik duw haar nog even op gang en volg tevreden hun aftocht. Twee bruggen verder zwaait mijn Roemeense nog.

Geef een reactie