Hart

“I don’t understand the Dutch.” Drs. Pakasa heeft de man tegenover hem in de coupé een hand en een visitekaartje gegeven en is aan een monoloog begonnen. Over zijn wieg in Congo, zijn hoogleraarschap in Leiden en de vlucht die hem straks van Schiphol naar zijn geboorteland brengt. “Mijn moeder heeft een vrouw voor me gevonden. Van mij hoeft het niet meer, maar je zegt geen nee tegen je moeder.” Pakasa trekt zijn schoenen uit en nestelt zijn geitenwollen voeten comfortabel naast de man op de zitting. “Waarom wilt u geen vrouw meer?” “Ik heb vijf vrouwen. Dat is meer dan genoeg.” Pakasa zucht en begint een pijp te stoppen. “Bent ú getrouwd?” De man schudt. Pakasa knikt. “Ik don’t understand the Dutch. Ik woon hier sinds 1983, maar de Nederlandse identiteit ken ik nog steeds niet.” Pakasa sabbelt aan een pijp die niet aangestoken is. Tabak dwarrelt door de lucht. “De Nederlandse identiteit bestaat misschien wel niet. We’re only a small country.” “I totally disagree”, zegt Pakasa. “Jullie zijn een groot land. Jullie hebben de zeeën bevaren en de wereld veroverd.” Opnieuw regent het tabaksnippers. “Dat was eeuwen geleden. Over jullie ruggen.” De pijp van Pakasa is uit, maar zijn ogen branden. Langzaam en driftig tegelijk knoopt hij de boord van zijn hemd los, rukt het open en wijst met de pijp naar een enorm litteken. “Vakwerk, volgens een Duitse arts die ik laatst sprak in Hannover.” Met een knokkel tikt hij hard tegen zijn onderhuidse pacemaker. “Van een Nederlandse chirurg!”

Geef een reactie