Goud

Zij is een-vijfenvijftig en rookt een sigaret met opgetrokken been leunend tegen de muur. Hij is twee meter zeven en gaat, bijna gezicht tegen gezicht, tegenover haar staan met zijn gympen maat zevenenveertig. Hij sluit zijn ogen, houdt zijn rechterhand horizontaal ter hoogte van zijn middenrif en beweegt deze met iedere in- en uitademing langzaam op en neer. Na een halve minuut stilte zegt hij staccato: “Mag ik u iets vragen?” “Ja hoor”, antwoordt zij meteen. Hij sluit zijn ogen en beweegt zijn hand weer op een neer. Adem in, adem uit. Net een meditatie-oefening. “Heeft u tijd om een paar vragen te beantwoorden?” Ze blaast witte rook de blauwe lucht in en knikt: “Ja, ga je gang.” Adem in, adem uit. Hij is alweer met zijn ritueel begonnen. Postuur van een basketballer, toch oogt hij kwetsbaar. “Ik volg een tiendaagse training tegen stotteren. Als ik dit volhou, spreek ik volgens onze leraar net als u.” Ze lacht bemoedigend en pakt even zijn pink beet. Na weer een halve minuut van pure concentratie, zegt hij iets dat ik niet goed versta. Zij ook niet. “Wat zeg je?” Hij lacht met een zucht. Weer opnieuw beginnen… Een halve minuut later: “Maar het kost wel veel moeite.” Ze lacht vertederd, hij lijkt zich een beetje te ontspannen. “Gaat lekker toch!” Na weer een halve minuut stilte: “Dank u voor het leuke compliment. Ik wens u nog een fijne dag.” “Jij ook. Je hebt een lieve lach.” Er lijkt wat op zijn lippen te liggen, maar dat slikt hij in. Zwijgen is nog goud voor hem. Met een verlegen lach en een aarzelende handbeweging neemt hij afscheid. Op het stationsplein draaien snippers cellofaan en papier in het rond.

Geef een reactie