Kous

Ik zie vanuit een ooghoek dat hij tegenover haar gaat zitten. Te dichtbij voor een vreemde, waardoor ik even denk dat ze bij elkaar horen. Ze zouden oma en kleinzoon kunnen zijn wat leeftijd betreft, maar ze verschillen als dag en nacht wat betreft kleding en uiterlijk. Zij koket met gepommadeerd haar, parelsnoer en kokerrok. Hij onfris met zijn wijde blouse, wilde blik en plakhaar. Terwijl de conducteur de tram binnenkomt, die bij de beginhalte van het Amstelstation op hem staat te wachten, schuift de puber nog wat dichterbij totdat zijn knieën die van haar kussen. Hij kijkt haar indringend aan, zij kijkt de andere kant op. Met andere passagiers probeer ik in te schatten of ze hulp nodig heeft, maar ze lijkt niet onder de indruk. “Mooie kousen”, zegt hij dan tegen haar en volgt met zijn hand op tien centimeter de lijn van haar kuit tot haar enkels. Zijn wilde blik roept herinneringen op aan de Vieze man van Kees van Kooten. Als ze niet reageert, staat hij op en springt nog net uit de tram voordat deze vertrekt.

Paling

Regelmatig heb ik langs het Amsterdam-Rijnkanaal gereden, wensend dat ik naar de overkant kon. Weg van dat lange rechte stuk met populieren en eeuwig wind tegen. Op een dag was daar de Nesciobrug. Palingbrug in de volksmond. Van tien meter hoogte kronkelt hij aan weerskanten van het water naar beneden. Een hang-tuibrug speciaal voor voetgangers en fietsers, verbinding tussen IJ-burg en Diemen. Bewijs dat belastinggeld ook goed besteed wordt. Een tanker van Somtrans.be – onze vlag dekt uw lading – vaart er traag onderdoor. Een groep wielrenners rijdt langs het kanaal in tegengestelde richting. Letters van rood plakband op het asfalt onder hun wielen: A + i = ♥! Soms is een som simpel. Twee pubers wandelen over de brug, fiets in de hand, strandtas onder de snelbinders. De een draagt een hemdje, de ander een jurkje. De rolverdeling tussen beiden is duidelijk: het jurkje vertelt over jongens, het hemdje luistert en dagdroomt. Het duurt zeker een kwartier voor ze de tocht over de achthonderd meter lange paling hebben afgelegd. Daarna lopen ze langs het kanaal verder naar de ondergaande zon. Verhalen over jongens, het geklepper van slippers, een velg die over het asfalt schuurt.

Worst

Een man staat naakt voor de deur van zijn woning. Naakt, hij draagt een broek en legerschoenen, maar desondanks etaleert hij meer bloot dan drie doorsnee volwassenen die helemaal niets aanhebben. Het bovenlichaam van de man is reusachtig. Met name de buik, die ver over de broek gulpt en een spleet kent die bij de navel begint. Het is alsof zijn achterste aan de voorkant zit. De bretels die hij draagt worden door de buik opzij geduwd en op zijn rug verdwijnt de x-vormige draagband diep in lillend vlees, dat bleek is als gekookte worst uit Thüringen. Een gericht plan lijkt de man niet te hebben. Afwisselend leunt hij tegen de vensterbank of beert wat rond, half oog voor de mensen die passeren. De meesten zien hem helemaal niet. Met een voet probeert hij verlepte bloemknoppen van de stoep in de goot te duwen. Tevergeefs. De dwarse knoppen bewegen nauwelijks. Uiteindelijk geeft hij het op en gaat naar binnen. Kort daarop keert hij gekamd terug, buikhaar niet meegerekend, en schuift traag de straat uit richting centrum. Minuten later en hooguit honderd meter verder gaat hij bij Borneostraat 40 naar binnen. Gospelzang en de geur van kamperfoelie komen hem tegemoet. De dienst van de Universele Kerk van Gods Rijk staat op punt van beginnen. UKGR – waar een beter leven wacht, verkondigt het bord boven de deur.