Bloot

Hoe zou het zijn met Gümüs (de Turkse kleermaker uit de Pijp, die vanwege politiek geneuzel het land uit moest)? De gedachte komt bij me op als ik bij Küçük in de Jordaan een pak kom laten stomen. In de etalage liggen stapels sokken. Aardewerk schotels, een trouwfoto en een kitschprent van een waterval aan de muur. Küçük komt uit het naaiatelier vanachter het zijden gordijn de winkel binnen. Hij heeft dezelfde milde uitstraling als Gümüs die blijkbaar bij een kleermaker hoort. Snor als een kwast, half brilletje. De klant voor me wil een hemd laten inkorten. Küçük is een man van weinig Nederlandse woorden, maar het minzame knikje van zijn hoofd zegt genoeg: omkleden. Op zich geen punt, ware het niet dat het pashok bezet is. De klant aarzelt even, maar wisselt dan van hemd in de winkel. Küçük neemt hem de maat, haalt een speld van tussen zijn lippen en steekt deze voorzichtig in een vetrol. Net als hij het teken geeft dat hij klaar is, komt er nog iemand binnen. Een verlegen vrouw in een legerjas, ik schat haar achtentwintig. De klant kijkt naar het pashok, dat nog altijd bezet is (ik hoor iemand zachtjes neuriën), en naar Küçük, die de rekening aan het opmaken is. Dan gaat hij voor de vrouw staan en begint, wiegend met zijn heupen, langzaam zijn hemd los te knopen.

Geef een reactie